Stadsdichter

Op deze pagina vindt u de stadsgedichten van onze nieuwe stadsdichter Rogier de Jong.

Aardenburg

Dit is geen stad voor bange
mensen. Romeinse sandalen
rusten gesneuveld naast skeletten
van jonge soldaten. In de

Sint-Baafs luisteren de doden
naar barokke koralen terwijl
toeristen zich vergapen aan de
gaten in een Edammer vlag.

Dit oord is vrijgevochten en
gelukzalig: er waakt een maagd
met een inktpot. Zij zal u genadig
zijn mits u haar kunt verdragen.

Zij woont in een schatkamer onder
de Schelde. Wijs is zij en niet ongenegen:
zij zegent kikkers en nachtuilen en
zal ook u liefdevol vrijspreken.

Revolutie!

Pas op voor de man met de scepter.
Hij is een valse despoot.
Hij is dol op je ongereptheid
maar draagt een kroon van prikkeldraad op zijn hoofd.

Mijd deze nijdige Judas de tiran met de giftige kus.
De joker met de duivelse grimas
die wordt gedreven door moordlust.

Vrijheid, gelijkheid, maar niet voor uitschot:
kikkers laten niet met zich sollen.
Wij sleuren dit rapalje naar het

schavot (dit fantoom dat geen Sire is)
en zullen zijn kop laten rollen,
het onderkruipsel, het virus.

Pinksteren

Wat je al niet kunt uitstorten:
je hart, je zaad, fiolen van toorn.

Er is iets opgebouwd: een bepaalde
druk, een zekere spanning, en die

wil eruit. Ook te veel Heilige
Geest moet naar buiten. Zeg tegen

de aarde dat ze gemakkelijk gaat
zitten en diep ademhaalt: 5 in, 7

vast en 8 uit. Open dan het bomluik
en laat de Heilige Geest vallen. Bedek

de steden, de grassprieten de konijnen,
het struikgewas, ja zelfs het kwaad

met de Heilige Geest. Moge de
Heilige Geest ons allen kalmeren,

mogen we lammeren zijn die bij
de wolven slapen of paarden die

uitgebloeide bloemen wegblazen.
Mogen we lang en verstrooid leven

zonder telgang en zonder bit.

Zomerwende

Het is zo lang licht tegenwoordig
dat je je in Scandinavië waant.
Je hebt zware gordijnen nodig als

je wilt slapen, al zou je het licht
ook goed kunnen gebruiken tegen
het zwart achter je ogen. Kop op,

nu niet piekeren. Het is lekker
lang licht, we vouwen de parasol
uit en vanaf 19 juni is het zwembad

weer open. Tel je zegeningen &
moge de Liebfraumilch uit een glas
met een geribbeld groen voetje

je weldadig smaken.

De grond in Aardenburg

Het is een illusie te denken dat je
de wereld bezit. Wat je hebt was
nooit van een ander die het ook
nooit aan jou heeft verkocht.

Misschien heeft iemand het ingepikt
of bij toeval ontdekt. Je steekt een
schep in de grond en treft
een wereldrijk aan: een kruik,

een zoutfabriek, een blinde brisantbom.
Hier in Aardenburg is de bodem een
oude matras. Wij ploeteren ons suf voor
wat slijk, een aardappelmesje, een

graatmager pensioen. Maar de grond
slaapt zich rijk. Want iedereen heeft
een tijdvak boven zijn hoofd nodig
en verliest zichzelf, vroeg of laat.

Afgelast

Maar hoe moet dat nu verder?
Gaan we zomaar onze vogelbek
aan de knotwilgen hangen en onze
paraplu’s met schedelkwastjes

op zolder begraven? Gaan we
geen slagschepen bouwen?
Slaan we de broederschap over,
de schuimende melk van het

broederlijke werk, die blije
vrijmetselarij? Zal er geen parade
zijn, geen dwaze doorluchtigheid,
geen gala bij Joop? Laten we dan

toch de tapkraan opengooien en
ons grote verdriet oplepelen en
als de lantaarns uitgaan
onszelf barmhartig opdweilen.